Base description which applies to whole site
-Toon begrotingsfasen

8. Aanpassen vrijstelling overheidsondernemingen

Met de invoering van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen, die voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016, zijn in beginsel alle ondernemingen die direct of indirect worden gedreven door de overheid belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting geworden. Hiermee is een gelijk speelveld gecreëerd tussen private ondernemingen enerzijds en publieke ondernemingen anderzijds en kon een langlopende discussie met de Europese Commissie (EC) worden beëindigd. Met de invoering van die wet zijn ook enkele vrijstellingen voor overheidsondernemingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 opgenomen. Voor drie van deze vrijstellingen is gebleken dat deze bij nader inzien te beperkt zijn vormgegeven en in bepaalde situaties onbedoeld tot belastingheffing leiden. Dit is het geval bij de vrijstelling voor onderwijs en onderzoek (de onderwijsvrijstelling), de vrijstelling voor interne activiteiten en de quasi-inbestedingsvrijstelling. Bij de onderwijsvrijstelling was onvoldoende rekening gehouden met de wijze van financiering bij door de overheid bekostigde scholen met een internationale afdeling. Bij de vrijstelling voor interne activiteiten en de quasi-inbestedingsvrijstelling bleek dat onvoldoende rekening is gehouden met de verschillende manieren waarop het Rijk in brede zin zich juridisch kan organiseren. Hierdoor kwamen bepaalde situaties, die materieel vergelijkbaar zijn met situaties die wel voor vrijstelling in aanmerking komen, buiten het toepassingsbereik van de vrijstelling. Daarom wordt voorgesteld die drie vrijstellingen te verruimen. Bij beleidsbesluit van 9 juli 201920 is goedgekeurd dat de in dit wetsvoorstel opgenomen wijzigingen van de hiervoor genoemde vrijstellingen voor overheidsondernemingen reeds voor het eerst kunnen worden toegepast met betrekking tot boekjaren die op of na 1 januari 2016 zijn aangevangen, zijnde de boekjaren waarop de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen voor het eerst toepassing vindt. Om die reden bestaat geen noodzaak om aan de in dit wetsvoorstel opgenomen wijzigingen eveneens terugwerkende kracht te verlenen. Ten slotte wordt opgemerkt dat in het genoemde beleidsbesluit is geregeld dat onderwijsstichtingen die niet voldoen aan de voorwaarden van de vrijstelling tot 1 januari 2020 de tijd krijgen om hun organisatiestructuur zo aan te passen dat ze met terugwerkende kracht alsnog in aanmerking komen voor de onderwijsvrijstelling.

20

Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 9 juli 2019, nr. 2019 – 93725, Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek (Stcrt. 2019, 39948).

Licence