Base description which applies to whole site
-Toon begrotingsfasen

2. Samenstelling pakket Belastingplan 2020

Het pakket Belastingplan 2020 bestaat dit jaar uit zes wetsvoorstellen. In het wetsvoorstel Belastingplan 2020 zijn maatregelen opgenomen die met ingang van 1 januari 2020 budgettair effect hebben, zoals maatregelen die raken aan de koopkracht van burgers. De andere vijf wetsvoorstellen uit het pakket Belastingplan 2020 zijn:

  • het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2020;

  • het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord;

  • het wetsvoorstel Wet bronbelasting 2021;

  • het wetsvoorstel Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven; en

  • het wetsvoorstel Wet implementatie richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten.

In het wetsvoorstel Wet bronbelasting 2021 wordt een bronbelasting geïntroduceerd die van toepassing zal zijn bij een rente- of royaltybetaling door een in Nederland gevestigd lichaam aan een in een laagbelastende jurisdictie gevestigd gelieerd lichaam en in misbruiksituaties. Deze bronbelasting dient ertoe te voorkomen dat Nederland nog langer wordt gebruikt als toegangspoort naar laagbelastende jurisdicties en om het risico van belastingontwijking door het verschuiven van de (Nederlandse) belastinggrondslag naar laagbelastende jurisdicties te verkleinen.

In het wetsvoorstel Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven wordt voorgesteld om de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven af te schaffen, hetgeen een vereenvoudiging inhoudt voor de Belastingdienst. In de plaats van deze aftrekpost komt een vervangende regeling: de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie) voor natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt.

In het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord zijn de fiscale maatregelen opgenomen die voortvloeien uit het Klimaatakkoord en Urgenda. Het betreft fiscale maatregelen op het terrein van mobiliteit en gebouwde omgeving. Mede vanwege de budgettaire samenhang zijn ook de dekkingsmaatregelen voor de maatregelen in dit wetsvoorstel opgenomen.

Op het terrein van de mobiliteit past het Klimaatakkoord de eerdere beëindiging van de stimulering van emissievrije auto’s in 2021 aan en wordt de stimulering met stapsgewijze aanpassingen doorgezet tot en met 2025. Hiermee wordt de huidige korting op de bijtelling voor emissievrije auto’s ook na 2020 voor nieuwe emissievrije auto’s van de zaak gecontinueerd. De korting wordt in stappen afgebouwd tot uiteindelijk nul vanaf 1 januari 2026. Hiernaast stelt het kabinet voor tegelijkertijd de zogenoemde cap (het deel van de catalogusprijs waarover de korting op de bijtelling wordt verleend) in 2021 te verlagen tot € 40.000. De verkoopcijfers van emissievrije voertuigen in 2018 en (tot nu toe) in 2019 zijn (fors) hoger dan in eerste instantie geraamd. Dit is een aanwijzing dat de huidige mate van stimulering hoger is dan noodzakelijk. Om overstimulering te voorkomen en om met de mate van stimulering beter aan te sluiten bij de marktontwikkelingen wordt voorgesteld om al met ingang van 2020 de korting op de bijtelling te verlagen tot 14%-punt (is thans 18%-punt) en de cap te verlagen tot € 45.000 (is thans € 50.000).

Het kabinet stelt voor enkele fiscale voordelen voor emissieloze auto’s en Plug-in Hybride Elektrische Voertuigen te verlengen die gelden in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) en de motorrijtuigenbelasting (mrb) en het verlaagde mrb-tarief voor bestelauto’s van ondernemers geleidelijk te laten oplopen. Daarnaast wordt voorgesteld de accijns op diesel met ingang van 1 januari 2021 en 1 januari 2023 telkens met 1 cent per liter te verhogen.

Ook wat betreft de gebouwde omgevingen vindt een aantal aanpassingen plaats. Het kabinet stelt voor de tarieven van de energiebelasting conform het Klimaatakkoord aan te passen zodat een sterkere prikkel ontstaat om te verduurzamen. Door aardgas zwaarder te belasten en elektriciteit juist minder, wordt de overstap van aardgas naar elektrische en meer duurzame warmteopties aantrekkelijker. Ten aanzien van de opslag duurzame energie stelt het kabinet voor de tarieven zo vast te stellen dat 33% van de lasten neerslaat bij huishoudens, en 67% bij bedrijven. Het kabinet stelt middelen beschikbaar om in 2020 het belastingdeel van de energierekening voor een huishouden met een gemiddeld verondersteld verbruik5 met € 100 te verlagen, in 2021 niet te laten stijgen en de stijging na 2021 te beperken. Het kabinet vindt het verder wenselijk om de overdrachtsbelasting voor niet-woningen te verhogen met 1%-punt. Het tarief gaat daardoor van 6% naar 7%.

Naar aanleiding van het Urgenda-vonnis wordt buitenlands afval in de heffing van afvalstoffenbelasting betrokken.6

In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2020 wordt onder meer voorgesteld om de Belastingdienst de bevoegdheid toe te kennen tot het openbaar maken van vergrijpboeten die zijn opgelegd aan medeplegende beroepsbeoefenaars die belastingontduiking of toeslagfraude faciliteren. Deze maatregel wordt getroffen naar aanleiding van de publicatie van de zogenoemde Panama Papers en beoogt transparantie in de vorm van voorlichting van het publiek bij het maken van een keuze voor een adviseur. Het kabinet hecht namelijk belang aan een goede voorlichting van het publiek, dat daardoor een beter geïnformeerde keuze voor een adviseur kan maken. Daarnaast wordt ter uitvoering van het regeerakkoord een keuzeregeling voor elektronisch berichtenverkeer met de Belastingdienst geïntroduceerd.7 Hierdoor kunnen belastingplichtigen en toeslaggerechtigden kiezen hoe ze hun zaken met de Belastingdienst willen regelen: op papier of digitaal.

Het wetsvoorstel Wet implementatie richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten implementeert de Richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging intracommunautair handelsverkeer.8 Dit dient ertoe verbeteringen aan te brengen in (a) de btw-regelgeving over de voorraad die een ondernemer aanhoudt in een andere lidstaat op afroep van een hem bekende afnemer, (b) een regeling voor zogenoemde ketentransacties waarmee wordt bepaald welke van de leveringen in die keten als de intracommunautaire levering heeft te gelden, (c) het bewijs van het intracommunautaire vervoer van goederen naar andere lidstaten en (d) de status van het btw-identificatienummer.

Het onderhavige wetsvoorstel en de wetsvoorstellen Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord en Overige fiscale maatregelen 2020 zijn inhoudelijke verzamelwetsvoorstellen en voldoen aan de criteria uit de notitie Verzamelwetgeving.9 In het onderhavige wetsvoorstel is sprake van budgettaire samenhang. De opbrengst van bepaalde maatregelen wordt gebruikt als dekking voor andere maatregelen. Het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord bevat de uitwerking van de in het Klimaatakkoord voorziene fiscale maatregelen, maatregelen die zowel een inhoudelijke als een budgettaire samenhang hebben. Bij het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2020 is sprake van uitvoeringstechnische samenhang, waarbij voor de doelgroep of de Belastingdienst – voor zover mogelijk – gelijktijdige invoering op 1 januari 2020 gewenst is. De onderdelen van de verschillende wetsvoorstellen zijn van een zodanige omvang of complexiteit dat opneming in een verzamelwetsvoorstel gerechtvaardigd is.

Voor dit pakket geldt dat de Belastingdienst de maatregelen uitvoerbaar acht per de voorgestelde data van inwerkingtreding. De gevolgen voor de uitvoering zijn beschreven in de uitvoeringstoetsen die zijn bijgevoegd.

5

Hierbij gaat het kabinet uit van een gemiddeld verbruik van 1.170 m3 gas en 2.581 kWh elektriciteit.

6

Brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2019 over de uitvoering van het Urgenda-vonnis, Kamerstukken II 2018/19, 32 813, nr. 341.

7

Bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 34 700, nr. 34, p. 7–8.

8

Richtlijn (EU) 2018/1910 van de Raad van 4 december 2018 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de harmonisatie en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten (PbEU 2018, L 311).

9

Kamerstukken I 2010/11, 32 500 VI, M.

Licence